Start to sportrecht
START TO SPORTRECHT
SPORTRECHT IN 10 STAPPEN
Mters. Brigitte van Schoote en Lut Wille slaan de handen in elkaar om de reeks “start to sportrecht” vanaf heden in 10 afleveringen in deze praktijkrubriek van Support vorm te geven.
Stap 1
Stap 1 legt op de eerste plaats de complexiteit van ‘sportrecht’ bloot, om vervolgens in de volgende stappen, de diverse onderdelen apart te behandelen.
Bestaat er zoiets als “sportrecht”?
Eén van de oudste reglementeringen die specifiek geschreven zijn in functie van de sport, is de Wet van 31 MEI 1958 tot reglementering van de bokswedstrijden en –exhibities.
Pas vanaf de jaren negentig volgden de meeste wetgevende teksten die als exclusief toepassingsgebied ‘sport’ hebben.
Sportrecht is evenwel niet enkel te vatten in de enkele wetten en decreten exclusief geschreven voor de sportsector doch alle takken van het recht zijn van toepassing, zoals fiscaal recht, sociaal zekerheidsrecht, aansprakelijkheidsregels, milieurecht, burgerlijk recht en zo verder …………..
“Sportrecht” is een verzamelnaam en een begrip onder de sportjuristen.
“Sportrecht” bevat alle mogelijke rechtsregels van toepassing op de sport en het sportgebeuren in zijn ruimste betekenis van het woord en conform de specificiteit van de sport.
Wat is sportrecht?
Bij wijze van voorbeelden :
Boksen
Twee boksers in de ring moeten elkaar met de vuisten slaan en mogen daarbij verwondingen toebrengen doch dit alles volgens de specifieke regels van de discipline. Zo zijn er bij het Engelse boksen alleen stoten boven de gordel en op de rug toegestaan.
Volgens het Belgisch strafwetboek maken die 2 boksers zich strikt genomen schuldig aan het toebrengen van opzettelijke slagen en verwondingen en toch zullen die 2 boksers niet strafrechtelijk vervolgd worden voor zover die slagen worden uitgedeeld volgens de eigen sportspecifieke regels.
Ook dat is sportrecht, sportspecifieke regels die afwijkingen gedogen op het gemene recht.
Maar zodra die 2 boksers de ring verlaten eindigt het sportrecht. Indien zij hun gevecht verder zetten in de kleedkamers is het gewone strafrecht van toepassing.
Wielerwedstrijd
Een wielerwedstrijd rond de kerktoren komt ongetwijfeld in de 30 km zones. Zolang de wedstrijd duurt mogen zowel de renners als de volgwagens tussen de groene en de rode vlag deze verkeersregels aan hun laars lappen, wat niet betekent dat een volgwagen tijdens de wedstrijd een renner de prikkeldraad mag inrijden.
Een wielerwedstrijd juridisch ontleden in functie van “wat is sportrecht” is al iets complexer.
Vooreerst moet het gaan om een wielerwedstrijd die ondermeer is ingericht volgens de geldende bepalingen van het K.B. inzake reglementeringen van wielerwedstrijden en de daaropvolgende ministeriële omzendbrieven.
Tijdens die vergunde wedstrijd zijn bepaalde verkeersregels niet van toepassing teneinde de wedstrijd een normaal verloop te doen kennen binnen de regels van de wielersport.
Zo zal de karavaan aan 70 per uur mogen scheuren langs schoolgebouwen , alle voorrangsregels negerend, zelfs rijdend aan de linkerkant van de weg.
Maar tijdens de wedstrijd gelden er dan wel specifieke regels voor o.a. de auto’s van de ploegleiders in de koers.
En evenmin zijn alle verkeersregels monddood tijdens een wielerwedstrijd.
Zo zullen de renners niet moet stoppen voor een rood licht, maar dan wel voor een gesloten overweg
Indien er tijdens de wedstrijd een renner wordt aangereden door een volgwagen, dan zal het aansprakelijkheidsvraagstuk van het ongeval meestal niet kunnen opgelost worden via de gewone toepassing van de verkeersregels maar met behulp van o.a. het kapstok artikel 1382 B.W.
Dit artikel is algemeen gekend als het “goede huisvader principe” . “Zou een normale voorzichtige bestuurder van een volgwagen in dezelfde omstandigheden op dezelfde manier hebben gereden? “
Indien het antwoord neen is, is er sprake van een fout.
Niet alleen de wielerkaravaan wordt onderworpen aan andere tijdelijke verkeersregels doch ook de toeschouwers langs de weg.
Zo zullen zij tijdens de passage tussen de rode en de groene vlag en zonder toelating van een seingever het zebrapad niet mogen oversteken, al kleuren de verkeerslichten voor voetgangers groen.
Maar ook zo voor bijvoorbeeld afkomende auto’s van buiten het parcours die geconfronteerd worden met een tijdelijke niet afdwingbaarheid van een voorrang van rechts.
Nog meer regels
Het blijft niet beperkt tot een verhaal van de verkeersregels maar zo zal de organisator van een wielerwedstrijd zich ook moeten beraden of zijn organisatie BTW- plichtig is of niet, zal hij de contracten afsluiten volgens de regels van het verbintenissenrecht, zal hij de wet op de vrijwilligers respecteren, zal hij zich gedragen zoals een normaal voorzichtig en vooruitziend organisator in dezelfde omstandigheden zou doen,……..
“Sportrecht” is overduidelijk ruim, divers en vooral zeer variabel.
Sport is een Vlaamse materie, is sportrecht dit ook?
Sport is een persoonsgebonden materie en politiek toegewezen aan de Vlaamse Gemeenschap. Sinds enkele legislaturen hebben we in Vlaanderen danook een Minister bevoegd voor Sport
Dit zou moeten kunnen leiden tot degelijke en noodzakelijke reglementeringen enkel en alleen ten goede van de sport.
Ware het niet dat ook de sport onderhevig is aan de Belgische politieke realiteit, waardoor sommige knelpunten niet opgelost geraken.
Zo schreeuwt de sportwereld al jaren om een deftig statuut voor de trainer, zodat die niet langer gedwongen wordt om in het zwart te moeten werken.
Dit statuut laat op zich wachten omdat er eenvoudig weg een akkoord nodig is met de federale overheid om de fiscaal- en sociaalrechtelijke hindernissen op te ruimen en daar knelt het schoentje.
Zo is het statuut van de niet-professionele sportbeoefenaar dan wel geregeld door een Vlaams decreet die evenwel een verbod voor opleidingsvergoedingen bij transfers oplegt en daarmee regelrecht ingaat tegen de Franse Gemeenschap die wel een vormingsvergoeding decretaal inschrijft . Het hoeft geen betoog dat dit tot absurde situaties binnen één zelfde sport kan leiden.
“Absurdistan” van het juridische sportlandschap is jammer genoeg niet beperkt tot de 2 voorgaande voorbeelden.
Het is hoogtijd dat het beleid in Vlaanderen,in Wallonië,in het Duitstalige gebied, in Brussel,in België, in de provincies en in de gemeenten hun neuzen allemaal in dezelfde richting houden en de sportsector steeds actief en voorafgaandelijk betrekken.
Wishful thinking ….
Brigitte van Schoote
Lut Wille
Advocaten www.albatrozz.be
Volgende keer
Stap 2: De organisatie van de sport in Vlaanderen , de erkenning en subsidiering.





Reactie plaatsen