Wie kan erven?

 

Er is een ingewikkelde regeling om te bepalen wie erft. Hieronder vindt u de grote lijnen van deze regeling.

Basisvoorwaarden om te kunnen erven

Om te erven moet u aan vier voorwaarden voldoen:

  • u moet erfgenaam zijn. Hieronder wordt besproken welke personen dat zijn. Het recht om te erven vloeit voort uit ofwel een bloedband, ofwel een adoptie, ofwel uit een huwelijk.
  • U moet bestaan op het moment van het overlijden: hoewel dat absurd klinkt, houdt het louter in dat overledenen niet meer kunnen erven, maar dat kinderen die nog niet geboren zijn wel kunnen erven, op voorwaarde dat ze al verwekt zijn en levend geboren worden.
  • u mag niet 'onwaardig' zijn. Dat is bijvoorbeeld het geval voor personen die uit het ouderlijk gezag ontzet zijn, of veroordeeld zijn voor poging tot moord op de overledene.
  • u moet de nalatenschap aanvaarden.

Wie zijn de erfgenamen?

Overzicht

Om te bepalen wie allemaal erft, werkt de wet in vijf stappen, die hieronder kort worden besproken.

  1. Er wordt nagegaan wat de rechten van de langstlevende echtgenoot zijn. Ook de langstlevende wettelijk samenwonende partner heeft bepaalde rechten.
  2. Er wordt nagegaan wie zou kunnen erven en in welke orde deze personen zich bevinden.
  3. Er wordt nagegaan of er kloving is.
  4. Er wordt nagegaan in welke graad de verschillende mogelijke erfgenamen zich bevinden.
  5. Er wordt nagegaan of er plaatsvervulling is.

De rechten van de langstlevende echtgenoot/langstlevende wettelijk samenwonende partner

Uit het huwelijk vloeit voor dat de echtgenoten van elkaar erven. De situatie van de langstlevende echtgenoot verschilt evenwel naargelang de andere erfgenamen.

  • Als de echtgenoot erft samen met de kinderen of (achter)kleinkinderen, dan krijgt hij/zij het vruchtgebruik over de gehele nalatenschap. De andere erfgenamen krijgen de naakte eigendom. Zij krijgen pas de volle eigendom als de langstlevende echtgenoot overlijdt of als zij tot een overeenkomst komen.
  • Als de echtgenoot erft samen met andere erfgenamen, dan krijgt hij/zij de volle eigendom over de helft van het gemeenschappelijk vermogen die toekwam aan de overledene, en het vruchtgebruik over diens eigen vermogen.
  • Als er geen andere erfgenamen zijn, krijgt de langstlevende echtgenoot de hele nalatenschap in volle eigendom.

De langstlevende partner uit een wettelijke samenwoning krijgt het vruchtgebruik krijgt over de verblijfswoning en de volle eigendom over de huisraad.

Ordes

Alle potentiële erfgenamen worden opgedeeld in vier ordes.

  • De eerste orde bestaat uit de kinderen van de overledene, en al hun afstammelingen.
  • De tweede orde bestaat uit de broers en zussen van de overledene (en hun afstammelingen), en zijn ouders, tenminste als er broers of zussen zijn.
  • De derde orde bestaat uit de ouders en (bet)grootouders van de overledene. Voor ouders geldt wel dat zij tot de tweede orde behoren als er ook nog broers of zussen zijn. Als de overledene geen broers of zussen nalaat, behoren zijn ouders tot de derde orde.
  • De vierde orde bestaat uit de ooms en tantes van de overledene, en uit de kinderen van die ooms en tantes.

Deze opdeling is van belang om te bepalen wie erft. De regel is immers dat elke orde primeert op de volgende. Als er erfgenamen uit de eerste en de tweede orde zijn, zullen enkel de erfgenamen uit de eerste orde erven. Binnen elke orde krijgt elke erfgenaam een gelijk deel. Als er drie erfgenamen zijn, krijgen zij elk 1/3 van de nalatenschap.

Kloving

Kloving houdt in dat de nalatenschap in twee delen wordt verdeeld, die elk apart worden afgewikkeld. Kloving vindt plaats als er enkel erfgenamen van de derde of de vierde orde zijn. Het gevolg is dat de helft van de nalatenschap naar de familie van de vader gaat, terwijl de andere helft naar de familie van de moeder gaat. Binnen elke familie wordt de erfenis weer normaal verdeeld. Het kan dus zijn dat in de ene familie iemand van de derde orde erft, terwijl in de andere familie iemand van de vierde orde erft. Concreet betekent dit dat als de overledene zijn moeder en een broer van zijn vader nalaat, dat deze elk de helft van de nalatenschap zullen krijgen, hoewel de moeder tot de derde orde behoort en de broer van de vader tot de vierde orde.

Graden

Binnen elke orde erft de eerste in graad. Een graad is een generatie. Er moet dus gekeken worden hoeveel generaties een erfgenaam zich van de overledene bevindt. Voor verwanten in de zijlijn (broers, zussen, ooms, tantes,...) moet geteld worden tot er een gemeenschappelijke voorouder wordt gevonden, en dan weer terug tot aan de verwant.
De ouders en kinderen zijn dus verwanten in de eerste graad. Grootouders en kleinkinderen zijn verwanten in de tweede graad (ouder-kind = 1, ouder-grootouder = 2). Broers zijn verwanten in de tweede graad (kind-ouder = 1, ouder-broer = 2). Een oom en zijn neef zijn verwanten in derde graad. (ouders-kinderen = 1, ouders-grootouders = 2, grootouders-oom = 3).

De graad is belangrijk omdat de dichtste in graad steeds erft. Dat betekent dat als de overledene kinderen heeft, dat de kleinkinderen niet zullen erven. Bovendien kunnen verwanten vanaf de vijfde graad niet meer erven. In dat geval gaat de erfenis naar de staat.

Een uitzondering is de tweede orde. Als de overledene zowel ouders als broers of zussen nalaat, dan erven deze allemaal. De ouders krijgen elk 1/4. Als er maar één ouder meer is, krijgt deze ook 1/4. Wat overblijft wordt in gelijke delen onder de broers en zussen verdeeld.

Plaatsvervulling

Iemand die overleden is op het moment dat de nalatenschap openvalt (de 'vooroverledene'), kan niet meer erven. Wel is het mogelijk dat zijn erfgenamen erven. Dit is plaatsvervulling. Concreet houdt dat in dat het aandeel waar de overleden erfgenaam recht op had gehad, gelijk wordt verdeeld onder zijn erfgenamen. Als de vooroverledene recht had op 1/4 van de erfenis en hij twee kinderen had, zullen die elk 1/8 krijgen. De plaatsvervullers krijgen de rechten van de persoon wiens plaats ze innemen. Dit betekent dat als de overledene onwaardig was om te erven, dat zijn erfgenamen evenmin zullen kunnen erven. Dat betekent ook dat als de plaatsvervullers verwanten van de vijfde graad zijn, ze toch zullen erven omdat de overledene een verwant in de vierde graad was.Stel dat iemand twee kinderen nalaat en één kind had dat al overleden is. In dat geval zullen de kinderen van het overleden kind erven, hoewel ze verder in graad staan dan de kinderen van de overleden ouder. In dat geval zullen de kinderen van overledene elk 1/3 krijgen, en de twee kleinkinderen (de kinderen van het overleden kind) elk 1/6.

Een voorbeeld

Een man overlijdt. Hij laat zijn echtgenote na, geen kinderen, maar wel twee zussen (met kinderen) en een tante. Niemand is onwaardig om te erven.

Als we deze erfenis afwikkelen, volgen we de volgende stappen:

  1. Er is een echtgenote. Er zijn geen verwanten uit de eerste orde. Er zijn wel erfgenamen uit de tweede orde (de zussen en hun kinderen). De tante is een verwant uit de derde orde.
  2. Dit betekent dat de echtgenote erft, samen met de erfgenamen uit de tweede orde. Immers, een orde sluit de volgende orde uit. De tante erft dus niet.
  3. De echtgenote krijgt de volle eigendom over de helft van het gemeenschappelijk vermogen van de overledene, en het vruchtgebruik over het deel van het eigen vermogen van de overledene. De andere erfgenamen krijgen dus slechts de naakte eigendom over het eigen vermogen van de overledene.
  4. Binnen de tweede orde erven de zussen. Deze staan immers immers dichter in graad dan hun kinderen. De zussen zijn verwanten in de tweede graad (overledene-ouders = 1, ouders-zus = 2), terwijl hun kinderen verwanten in de derde graad zijn (overledene-ouders = 1, ouders-zus = 2, zus-kind = 3).
  5. Elke zus krijgt 1/2 van de naakte eigendom van het eigen vermogen. Immers, alle erfgenamen krijgen een gelijk deel.

Terug naar 'Het huwelijk'.
Terug naar 'Erfenissen en testamenten'.

Reactie plaatsen

 
Registreer
Opgelet: U moet uw registratie activeren via de verificatielink die per e-mail zal worden opgestuurd. Zoniet wordt uw vraag of bericht niet verstuurd.
Vul uw e-mailadres in.
Vul nogmaals uw e-mailadres in. Het is belangrijk dat u een correct e-mailadres opgeeft.
Enter your first name.
Enter your last name.
Vul uw telefoonnummer in.
Vul uw straat en huisnummer in
Vul uw postcode en stad in.

Sitemap