Nieuwe echtscheidingswet
Echtscheidingsvormen onder de nieuwe echtscheidingswet
De wetgever wou een schuldloze echtscheiding in België invoeren. Dat betekent dat de vraag naar de verantwoordelijkheid van de breuk niet langer centraal staat in de procedure.
De echtscheiding op grond van bepaalde feiten (fouten) en de scheiding op
grond van 2 jaar feitelijke scheiding worden vervangen door de echtscheiding op basis van onherstelbare ontwrichting.
De echtscheiding door onderlinge toestemming wordt in grote lijnen behouden en wordt geïntegreerd in de gewone procedure.
Echtscheiding door Onderlinge Toestemming (EOT)
De wetgever is van oordeel dat de echtscheiding door onderlinge toestemming behouden moest blijven, want in tegenstelling tot de andere huidige vormen van echtscheiding, komen de partijen overeen over de gevolgen van de ontwrichting alvorens ze uit de echt scheiden.
De procedure wordt wel op verschillende vlakken versoepeld. Zo wordt de voorwaarde van een minimumduur van 2 jaar van het huwelijk afgeschaft, evenals de voorwaarde van de minimumleeftijd van 20 jaar.
Echtscheiding op basis van onherstelbare ontwrichting
De echtscheiding wegens onherstelbare ontwrichting vervangt de echtscheiding op grond van bepaalde feiten en de echtscheiding na 2 jaar feitelijke scheiding.
Volgens de nieuwe echtscheidingswet is het huwelijk onherstelbaar ontwricht ‘wanneer de voortzetting van het samenleven tussen de echtgenoten en de hervatting ervan redelijkerwijs onmogelijk is geworden ingevolge die ontwrichting’.
Het bewijs van onherstelbare ontwrichting kan met alle wettelijke middelen worden geleverd, waaronder een betrapping op overspel door een gerechtsdeurwaarder, of geschriften/getuigen die wijzen op grove beledigingen.
De wet voorziet twee specifieke gevallen van onherstelbare ontwrichting:
1.Wanneer de aanvraag gezamenlijk wordt gedaan door beide echtgenoten: na meer dan zes maanden feitelijk gescheiden te zijn OF indien de echtgenoten minder dan zes maanden feitelijk gescheiden zijn, stelt de rechter een nieuwe zitting vast die plaatsheeft op een datum die onmiddellijk volgt op het verstrijken van de termijn van zes maanden, of drie maanden na de eerste verschijning van de partijen.
2.Wanneer de aanvraag gedaan wordt door één enkele echtgenoot: na meer dan één jaar feitelijke scheiding OF indien de echtgenoten minder dan één jaar feitelijk gescheiden zijn, stelt de rechter een nieuwe zitting vast die plaatsheeft op een datum die onmiddellijk volgt op het verstrijken van de termijn van één jaar, of één jaar na de eerste zitting.
De rechter krijgt in deze nieuwe procedure een kleinere rol toebedeeld. Hij zal immers vaak enkel vaststellen dat de termijnen verstreken zijn en dat de echtscheiding kan uitgesproken worden.
De procedure wordt meestal ingeleid via een verzoekschrift, ingediend door een advocaat.




Reactie plaatsen