Persbericht Vlaamse Gemeenschap
Blog geplaatst door Lut Wille , Advocaat , www.albatrozz.be
Bron dopinglijn.be
Resultaten dopingcontroles Vlaamse overheid 2011
In 2011 vonden in totaal 2401 dopingtests plaats, waarvan 1431 binnen wedstrijdverband, 864 buiten wedstrijdverband en 106 in fitnesscentra.
Binnen wedstrijdverband werden in 3,6 % van de tests afwijkende analyseresultaten gevonden. Buiten wedstrijdverband testte niemand positief, terwijl in de fitnesscentra een verontrustend percentage van 19,8 % afwijkende analyseresultaten werd opgetekend.
De volgende gevallen worden als afwijkend beschouwd:
- alle afwijkende analyseresultaten die door het WADA geaccrediteerde laboratorium aan de Vlaamse overheid worden gerapporteerd;
- alle gevallen van (poging tot) fraude;
- alle weigeringen tot medewerking bij een dopingtest.
De analyseresultaten uit het laboratorium voor een individuele sporter kunnen op meer dan een verboden stof afwijkend zijn.
De gepubliceerde cijfers zeggen niets over de eventuele straffen die de sporters krijgen.
Een aantal afwijkende resultaten leiden niet noodzakelijk tot een sanctie, bijvoorbeeld als retroactief een toestemming wegens therapeutische noodzaak wordt verkregen. Sommige afwijkende resultaten zijn nog in behandeling bij een van de disciplinaire organen.
Binnen wedstrijdverband (waarbij ca één derde elitesporters en twee derde breedtesporters worden getest) zijn er voornamelijk afwijkende resultaten voor de volgende verboden stoffen:
1. anabolica en testosteron: ca. 41% (werken spierversterkend en verbeteren het recuperatievermogen);
2. stimulantia: ca. 23% (stellen in staat om de maximale pijngrens te verleggen en alerter te reageren, bijvoorbeeld amfetamines);
3. cannabis: ca. 11 % (verruimt de geest en vermindert het angstgevoel en de stress).
Daarnaast vormen weigeraars (21,5 % van de vastgestelde dopingpraktijken) een aanzienlijke groep.
De sporten waarbij het hoogste aantal afwijkende resultaten werd gevonden, zijn*:
1. bodybuilding: 10 afwijkende resultaten op 33 geteste sporters = 30,3 %;
2. sterkste man: 4 afwijkende resultaten op 23 geteste sporters = 17,4 %
3. boksen: 7 afwijkende resultaten op 66 geteste sporters = 10,6 %;
4. kickboksen: 4 afwijkende resultaten op 60 geteste sporters = 6,7 %;
5. powerlifting: 1 afwijkend resultaat op 24 geteste sporters = 4,2 %;
6. wielrennen bij de niet-erkende federaties: 5 afwijkende resultaten op 152 geteste
sporters = 3,3 %;
* alleen de sporten waarbij een relevant aantal stalen (twintig of meer) werd afgenomen, komen in aanmerking.
Hoopvol is dat bij een aantal sporten geen enkel afwijkend resultaat is vastgesteld: triatlon, volleybal, basketbal, zwemmen, judo en vele andere sporten waar minder dan twintig tests zijn uitgevoerd.
Voor bepaalde sporten wordt soms een zeer hoog percentage afwijkingen vastgesteld. Dat kan, statistisch gezien, op toeval berusten omdat er slechts een klein aantal sporters getest werd. Daardoor kunnen enkele
afwijkende resultaten een vertekend beeld geven en leiden tot een hoog overtredingspercentage in het algemeen. Sommige hoge percentages kunnen ook te wijten zijn aan zeer gerichte testing.
In vergelijking met vorige jaren zien we ook een duidelijke daling van het aantal dopingpraktijken in het wielrennen. Opvallend is ook dat het aantal afwijkende resultaten bij de niet-erkende federaties significant hoger ligt dan bij de erkende.
Buiten wedstrijdverband werd bij geen enkele sporter een afwijkend resultaat geregistreerd.
Bij de dopingtests in fitnesscentra wordt, net zoals de vorige jaren, een verontrustend hoog percentage afwijkende resultaten genoteerd: 19,8 %. Het betreft voornamelijk anabolica (90%) of weigeringen. Het percentage is waarschijnlijk hoger dan het algemeen gemiddelde in fitnesscentra omdat de tests vooral gericht zijn uitgevoerd (in fitnesscentra waarvan ernstig vermoed wordt dat er doping gebruikt wordt). Toch is het aantal afwijkende resultaten zorgwekkend vanwege het massale gebruik van anabolen. Die stoffen houden immers een groot gevaar in voor de fysieke en psychische gezondheid van de sporter.
Wat was er nog nieuw in 2011?
Naast urinestalen werden af en toe ook bloedstalen afgenomen bij een dopingtest. De bloedstalen worden voornamelijk gebruikt om bloeddoping, groeihormoon en cera, een vorm van epo, op te sporen.
Daarnaast werd bij een aantal elitesporters (duursporters) gestart met de opmaak van een biologisch paspoort. Daarbij worden onaangekondigd bloedstalen genomen van de sporter om hem longitudinaal (gedurende een langere periode) te monitoren. Dat laat toe om sporters met verdachte profielen gericht en extra te controleren en om andere sporters met een normaal profiel wat minder te testen.
Wat brengt 2012?
In 2012 wordt verder de in 2011 ingeslagen weg gevolgd. Bloedcontroles worden opgevoerd. Het biologische paspoort gaat een steeds belangrijker rol spelen in de dopingbestrijding bij elitesporters.
De dopingcontroles blijven steeds hetzelfde doel nastreven: Eerlijke sporters alle kansen geven en de gezondheid van alle sporters (elitesporters, breedtesporters en recreanten) bewaken.
Voor meer informatie over dit persbericht: www.dopinglijn.be